Klik hier voor de onderbouwing van deze examenvraag en mijn visie op toetsen.







Onderbouwing opzet toetsvraag
Het maken van toetsvragen is behoorlijk ingewikkeld. In een bepaalde context wil ik graag zowel reproductievragen (R – ongeveer 20%), maar ook vragen op toepassingsgebied (T1 – 35%) en transfer naar nieuwe contexten (T2 – 30%) en eventueel een inzichtvraag (I- 15% afhankelijk van de rest van de toets).
In mijn toetsvraag ‘Zeemansgraf’ heb ik de vragen als volgt ingedeeld:
- Bereken baansnelheid T1 (2p)
- Verrichte arbeid door luchtweerstand T2 (2p)
- WBE T1 (3p)
- V,t-diagram I (1p)
- Dichtheid R1 (3p)
- Soortelijke warmte T1 (3p)
- Warmtetransport T2 (3p)
- Warmtestroom T2 (2p)
R 16%
T1 42%
T2 37%
I 5%
In deze opgave zit relatief weinig inzicht. Vraag 8 vraagt ook wel enig inzicht, dus deze kan ook als inzichtsvraag gezien worden.
In de vragen zitten zowel rekenopgaven (1, 2, 3, 5 en 6 als diagrammen (4) als ‘leg uit-vragen (7 en 8). Op deze manier is er een goede balans tussen het type vragen.
De genoemde onderdelen zijn in de syllabus benoemd als subdomeinen
C1: v,t-diagrammen
C2: energie-omzetting, arbeid
D3: warmtetransport en warmtestroom
Visie op toetsen
Er wordt op school veel getoetst. Soms te veel naar mijn mening. Wij maken vooral gebruik van het RTTI-model (Reproductie, Toepassing, Transfer, Inzicht) om ervoor te zorgen dat leerlingen niet alleen feiten kunnen reproduceren, maar ook vaardigheden zoals probleemoplossend vermogen en kritisch denken ontwikkelen. Graag zouden we ook meer ‘authentiek toetsen’ in de vorm van projectwerk, praktijkopdrachten en portfolio’s. Dit doen we wel met bijvoorbeeld rekenen in Walibi en experimenten op school, maar het is veel meer werk om dit na te kijken dan schriftelijke, reguliere toetsen. Toch denk ik dat realistische toetsen belangrijk is voor leerlingen. Dit type toetsing helpt leerlingen om de verbinding te zien tussen wat ze leren en hoe het in de praktijk wordt toegepast.
Voor leerlingen op de havo vind ik het een behoorlijke opgave om direct in 4H al met het examenprogramma te starten. Mijn voorkeur gaat uit naar alleen examentoetsen te doen in jaar 5 zodat leerlingen meer tijd hebben zich de werkhouding en het tempo van de bovenbouw eigen te maken. Waarom is het nodig dat alle onderdelen worden getoetst? Wat mij betreft is dat onzin en kan in jaar 5 worden volstaan met twee SE’s en één CE. Dit verlaagt de toetsdruk en ook het nakijkwerk voor docenten.
Dat in deze twee SE’s niet alle onderdelen kunnen worden getoetst, is evident, maar ook niet nodig. Een leerling die overgaat van jaar 4 naar jaar 5 heeft laten zien dat hij/zij bepaalde vereiste kennis en vaardigheden beheerst.
Wat betreft de toets zelf, is het belangrijk dat er voldoende variatie in de vragen zit. In het examen van 2024 werd in vraag 17 en 18 vrijwel dezelfde vaardigheid wat betreft rekenwerk gevraagd en leerlingen die bij 17 weinig punten hadden, hadden vrijwel allemaal bij 18 ook weinig punten. Ook moeten leerlingen zich iets bij de gestelde context kunnen voorstellen. Wat dat betreft was de vraag van de kampeerbrander heel leuk, dat spreekt leerlingen denk ik wel aan. Daarentegen was de vraag over de staande golf in een kantoorgebouw een stuk minder dichtbij de belevingswereld van de leerlingen. In het domein trillingen en golven zijn in het verleden veel leuke vragen in het examen geweest.
Het lijkt me heel leuk om bij cito mee te werken aan het maken van examenopgaven. Ik vond dit een hele leuke opdracht en het heeft mij geleerd hoe moeilijk het is om een goede, evenwichtige opgave te maken.

