Voor het onderwerp social scientific issues heb ik een kort essay geschreven over de voor- en nadelen van een biocentrale in Utrecht. Daarnaast heb ik een korte schets gemaakt van het leven in het jaar 2400. Tijdens het rollenspel vertolk ik de rol van ‘jongeren van de toekomst’.
Biomassa-Energiecentrale in Utrecht
Biomassa-energiecentrales bieden een alternatief voor fossiele brandstoffen door gebruik te maken van organische materialen zoals hout, agrarische resten en organisch afval.
Energiecentrales die werken met biomassa wekken elektriciteit op door organische materialen te verbranden en zo stoom te produceren, die turbines aandrijft die weer zijn verbonden met generatoren. Deze technologie maakt gebruik van de natuurlijke koolstofcyclus, waarbij de kooldioxide die vrijkomt bij verbranding eerder door planten uit de atmosfeer is opgenomen. Daarnaast kunnen biobrandstoffen zoals ethanol en biodiesel worden geproduceerd uit biomassa.
Een voordeel dat genoemd wordt met betrekking tot biomassa-energiecentrales, is hun vermogen om broeikasgasemissies te verminderen. Bij verbranding van fossiele brandstoffen komt koolstof vrij die al miljoenen jaren is opgeslagen. De kooldioxide die vrijkomt bij biomassa-verbranding is recentelijk uit de atmosfeer opgenomen door de planten. Het argument dat deze centrales op deze wijze bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering, lijkt echter in tegenspraak met de wens om zo min mogelijk koolstofdioxide uit te stoten. Beter blijven de plantenresten intact.
Een ander genoemd voordeel is dat het gebruik van biomassa uit agrarische en bosbouwresten bijdragen aan afvalbeheer en extra inkomsten genereren voor boeren en bosbezitters.
Een biocentrale in Utrecht is een stimulans van de lokale economieën door werkgelegenheid te creëren in de brandstofproductie en werking en onderhoud van de centrale. De centrale maakt gebruik van lokaal geproduceerde grondstoffen, wat de plattelandsontwikkeling bevordert en de afhankelijkheid van buitenlandse energiebronnen vermindert. De gedecentraliseerde aard van biomassaproductie en -verwerking kan bovendien de energiezekerheid in de stad verbeteren.
Energieproductie, voedselproductie en natuurbehoud hebben tegengestelde belangen. Ook bio-centrales. Biomassacentrales stoten nog steeds broeikasgassen uit, zij het in lagere niveaus dan kolengestookte centrales. Daarom zijn strenge emissiebeheersmaatregelen en technologische innovatie noodzakelijk. Het afvangen van Co2 is hierbij een mogelijke oplossing.
Het kunstmatig creëren van biobrandstoffen door in landen in Oost-Europa – of elders waar ze niet zo’n strenge regels hanteren, hele bossen te kappen is dweilen met de kraan open.
Biomassa-energiecentrales bieden een alternatief voor verbranding van fossiele brandstoffen, met vooral voordelen de lokale economie. Omdat de nadelen niet lijken op te wegen tegen de voordelen, ligt er een plan om de biomassacentrales in Nederland te sluiten.
Schets van leven in het jaar 2400
Heel groen (Co2 is goed voor planten), veel regen, moeilijk om landbouw te bedrijven. Woningen op palen omdat alles wegzakt
Periode van ‘Grote Burgerstrijd’. Door stijging van de zeespiegel is Europa veranderd in een Archipel. Grote steden aan de kust van andere continenten zijn verdwenen. Grote groepen mensen op zoek naar nieuwe huisvesting. Burgeroorlog. Kleine enclaves met hekken eromheen ter beveiliging. Honger. Door temperatuurstijging nieuwe virussen. Veel mensen ziek en dood. Politici spreken van ‘Grote opruiming’. Door vele water onmogelijk om mensen te begraven.
In 2400 nieuwe samenleving. In Noord-Europa leven we in dorpen op palen. Zieke mensen moeten naar beneden, naar de grond. Hier is het moeilijker overleven want alles is nat. Veel ongedierte. We weten niet hoe de situatie elders in de wereld is. Geen communicatie mogelijk sinds 2050, het jaar dat de Grote Burgerstrijd begon.
